Eerste aanpassing meerjarenplan

24 juni 2026

Eerste aanpassing meerjarenplan

Voor ons ligt de eerste aanpassing van het meerjarenplan 2026-2031. Zo’n aanpassing is meer dan een technische oefening. Ze toont hoe een bestuur omgaat met nieuwe
inzichten, gewijzigde omstandigheden en financiële uitdagingen.

Laat mij beginnen met iets wat je niet zo snel zal horen vanuit de oppositie: wij zien
heel wat positieve elementen.

De financiële evenwichten blijven behouden. De schuld evolueert gunstiger dan oorspronkelijk geraamd. Er wordt bijkomend voorzien in de pensioenreserves, waardoor
toekomstige lasten beter worden opgevangen. Dat zijn vooruitziende keuzes die
bijdragen aan de financiële gezondheid van onze stad.

Ook wil ik de financiële dienst bedanken voor de heldere toelichting tijdens de commissie.
Dat maakte het mogelijk om de achterliggende keuzes beter te begrijpen.

Maar een gezonde financiële toestand is geen einddoel. Ze moet vooral ruimte creëren om
de juiste keuzes te maken én om die keuzes ook in toekomstig beleid om te zetten

En daar wil ik drie aandachtspunten meegeven.

Een eerste aandachtspunt blijft voor ons de realisatiegraad.

Ook deze jaarrekening toont opnieuw dat tussen plannen maken en realisatie nog altijd
een aanzienlijke kloof bestaat. Dat is geen nieuw verhaal. We hebben dat ook
bij eerdere jaarrekeningen vastgesteld.

Dat betekent niet dat de plannen verkeerd zijn. Integendeel. Maar inwoners zijn niet gebaat
met wat in een meerjarenplan staat, wel op wat ze op straat aan tastbare
verbetering van hun leefomgeving krijgen.

Onze oproep blijft daarom dezelfde: blijf niet alleen ambitieus plannen, maar zet minstens
even sterk in op een tijdige uitvoering.

Een tweede punt betreft ETS2.

Het is positief dat de stad de impact van het Europese ETS2-systeem nu al financieel vertaalt in het meerjarenplan. Dat getuigt van vooruitziendheid.

Maar tegelijk roept dat voor ons een logische vraag op.

Als we vandaag al weten dat fossiele brandstoffen de komende jaren structureel duurder zullen worden, moeten we dan niet nog sterker investeren in maatregelen die onze
afhankelijkheid daarvan verminderen?

Investeringen in energiebesparing, isolatie, hernieuwbare energie of slimme energiesturing leveren immers niet alleen een klimaatwinst op, maar beschermen ook de
stadsfinanciën op langere termijn.

Een derde bedenking gaat over de schuldgraad per inwoner.

Die evolueert gunstiger dan in het oorspronkelijke meerjarenplan, en dat is uiteraard
positief.

Toch blijven wij wat voorzichtig bij de interpretatie ervan. De berekening vertrekt immers
van een stevige bevolkingsaanwas tegen het einde van de legislatuur waarvan nog
moet blijken of die effectief gerealiseerd wordt. Het zou jammer zijn dat de
geloofwaardigheid onderuit gehaald wordt door deze bijzondere aanname. 

Daarom is het zinvol om naast deze projectie ook de schuldgraad op basis van het actuele
inwonersaantal weer te geven. Dat maakt de cijfers nog transparanter.

Tot slot wil ik nog één element benoemen dat in het politieke debat altijd onderbelicht
blijft.

Wanneer we de cijfers bekijken, zien we dat Deinze kan rekenen op belangrijke middelen vanuit Vlaanderen en de federale overheid. Via het Gemeentefonds, de BOA-middelen,
open ruimte fonds, investeringssubsidies en andere tussenkomsten krijgt onze stad bijkomende financiële ruimte.

Dat moet eveneens gezegd worden. Goede samenwerking tussen de verschillende
beleidsniveaus levert onze inwoners tastbare voordelen op onder de vorm van een
lage belastingvoet

Voorzitter,
collega’s,

Wij zijn een oppositiepartij. Dat betekent dat wij blijven wijzen op verbeterpunten,
kritische vragen stellen en alternatieven naar voren schuiven.

Maar oppositie voeren betekent voor ons niet dat we automatisch alles afbreken.

Deze eerste aanpassing van het meerjarenplan bevat elementen die wij positief beoordelen.


Tegelijk blijven wij ervan overtuigd dat Deinze nog te kort schiet op realisatiegraad, toekomstgerichte investeringen en heldere financiële rapportering.

Om die reden zullen wij ons, net zoals bij het oorspronkelijke meerjarenplan, onthouden bij
de stemming.

Niet omdat wij geen positieve evoluties zien.

Wel omdat wij bijsturingen willen zien die we blijvend zullen duiden en waar we uiteraard welwillend aan zullen meewerken.