Is dit de bewaarde historische gevel?
9 mei 2026

Jarenlang kregen we op de gemeenteraad dezelfde geruststellende boodschap over de voormalige Liebaert-site aan het station van Deinze: de historische toegangsgevel bevond zich nog op het terrein.
Die gevel — later geïntegreerd in de plannen van projectontwikkelaar CAAP — was één van de laatste zichtbare verwijzingen naar het industriële verleden van deze stationsomgeving. Eerst textielfabriek Liebaert, later Doe-Het-Zelf Vankerkhove. Een plek die veel Deinzenaars nog kennen.
Het oorspronkelijke gebouw verdween al eerder tegen de vlakte. Alleen de karaktervolle toegangsgevel bleef overeind en werd opgenomen in de plannen van het nieuwe project. Tot een storm de constructie deed instorten.
Sindsdien stelde ik meermaals vragen over de toestand van die gevel. Het antwoord bleef telkens hetzelfde:
“De gevel bevindt zich nog op het terrein.”
Nu het oude CAAP-project definitief verlaten werd en een nieuw project groen licht kreeg, trok ik zelf opnieuw naar de site.
Wat ik daar aantrof, roept toch vragen op.
Wat ligt er vandaag nog op de site?
Op het terrein liggen inderdaad nog paletten met oude recuperatiestenen, delen van baksteenmetselwerk, en opvallend veel steenpuin.
Daarnaast vallen ook meerdere grote arduinen elementen op tussen het puin. Lange natuurstenen stukken. Zijn dat de afwerkings- of dekstenen van de vroegere toegangsconstructie die door de storm vernield werd?
Op basis van de huidige toestand lijkt het zeer aannemelijk dat delen van de vroegere gevel zich effectief nog op het terrein bevinden. Vooral de arduinen stukken lijken moeilijk te rijmen met louter banaal afbraakpuin.
Maar tegelijk rijst een fundamentele vraag spreken we vandaag nog over een “bewaarde gevel”? Of enkel nog over resten en recuperatiemateriaal?
Bewaren is iets anders dan stockeren.
Laat één zaak duidelijk zijn: de gevel was nooit officieel beschermd erfgoed.
Maar toch werd de toegangsconstructie jarenlang expliciet naar voren geschoven als een herkenbaar element dat behouden zou blijven binnen toekomstige ontwikkeling van de site.
In communicatie over het vroegere HanGare-project van CAAP werd zelfs verwezen naar: “het unieke stukje gevel dat blijft bestaan”.
Een stukje geschiedenis verdwijnt stilaan
Misschien is dat nog het meest jammer aan dit dossier.
De stationsomgeving was ooit een plek van nijverheid en textielactiviteit.
Fabrieken zoals Liebaert maken en maakten deel uit van het economische DNA van onze stad en nog. Van het verleden blijft vandaag steeds minder zichtbaar over.
_______
Lees hier mijn tussenkomst op de gemeenteraad van april over de verkoop van “Café James”
Dit is een belangrijk dossier. Dit project kan absoluut een meerwaarde betekenen voor de stationsomgeving van onze stad.
De bundeling van gronden, de ambitie rond kwalitatieve woonontwikkeling en de aanleg van publiek groen… dat zijn elementen die we als stad moeten ondersteunen
Maar dat betekent niet dat we dit dossier zomaar moeten laten passeren zonder een aantal fundamentele vragen te stellen.
Wat hier voorligt, is in essentie geen klassieke publiek-private samenwerking.
Het is een privaat project, getrokken door een ontwikkelaar.
Maar tegelijk wordt de stad wel mee in het bad getrokken. Neen ze springt zelf in het bad.
De stad ontvangt haar opbrengst pas naarmate de appartementen verkocht worden.
Met andere woorden: de stad wacht op haar geld… en hoopt dat het project succesvol is.
Wat als dit project niet verkoopt zoals verwacht?
Een tweede punt gaat over de manier waarop dit project vorm krijgt.
Er wordt gewerkt met een ontwerpwedstrijd. Op zich kan dat perfect, want het is géén openbare aanbesteding.
Er wordt gewerkt met een selectie van deelnemers, die bovendien vergoed worden om deel te nemen.
Dat kan, maar dan verwacht: maximale transparantie.
Wie selecteert die ontwerpteams? Op basis van welke criteria? Wie zetelt in de jury of het adviescomité?
Vandaag blijft dat bijzonder vaag. Als je bepaalt wie mag deelnemen, hoe garandeer je dan dat de uiteindelijke keuze objectief en controleerbaar gebeurt?
Daarmee samenhangend: de rol van de stad in dit dossier.
De stad zit mee aan tafel: in de stuurgroep, bij de beoordeling en tegelijk is de stad later ook de vergunningverlenende overheid.
Hoe zorgen we ervoor dat die rollen strikt gescheiden blijven? Want de stad heeft hier ook een financieel belang. En dan moet je extra waakzaam zijn voor elke schijn van vermenging.
Wat mij ook opvalt: de ambities zijn duidelijk, maar de beoordelingscriteria veel minder.
We lezen veel over kwaliteit, duurzaamheid, beeldvorming…
Maar: waarop wordt uiteindelijk beslist? Wat weegt door? Hoe wordt gescoord? Hoe wordt dat nadien verantwoord?
Zonder duidelijke criteria geef je een jury een zeer ruime beoordelingsvrijheid en dat maakt controle moeilijk.
Ook de timing van de wedstrijd is vrij strak. (8 weken) Ik stel mij daar gewoon de vraag: laat dit voldoende ruimte voor kwalitatieve voorstellen? Of dreigt snelheid hier belangrijker te worden dan kwaliteit? Of liggen er eigenlijk al concrete plannen op tafel?
Tot slot nog dit. In dit dossier delegeren we veel naar het college. Dat is op zich begrijpelijk. Maar tegelijk gaat het hier over een project dat de komende jaren een grote impact zal hebben op onze stad.
En dan vind ik het jammer dat de gemeenteraad nadien nog weinig betrokken wordt.
We zetten hier iets groots in gang, maar geven het als gemeenteraad grotendeels uit handen.
En nog iets: Is dit een éénmalige aanpak, specifiek voor deze site?
Of wordt dit de nieuwe manier van werken in onze stad?
Want dat is wel een belangrijke beleidskeuze. De kop van de Tolpoorstraat, de Oostkouter, …
Ik heb vijf gerichte vragen…
1. financieel risico
Welke garantie heeft de stad dat de volledige €650.000 effectief wordt ontvangen, en waarom werd geen minimale of voorafgaande betaling voorzien?
2. transparantie selectie
Wie bepaalt welke ontwerpteams mogen deelnemen aan de wedstrijd, en op basis van welke objectieve criteria gebeurt die selectie?
3. beoordeling en controle
Op basis van welke concrete en gewogen criteria wordt het winnende ontwerp gekozen, en hoe wordt die beslissing nadien controleerbaar gemaakt voor de gemeenteraad?
4. rol van de stad
Hoe garandeert het college een strikte scheiding tussen de rol van de stad als partner in dit project en haar rol als vergunningverlenende overheid?
5. beleidslijn voor de toekomst
Is dit een éénmalige aanpak voor deze site, of wordt dit de nieuwe manier van werken voor toekomstige stadsontwikkelingen?
6. Hoe zit dat nu met die omgewaaide gevel?
___
In het antwoord kwam duidelijk naar voor dat het uiteindelijk de deputatie zal zijn die de vergunning moet afleveren. Of dit ter plaatse verzonnen werd weet ik niet maar het is toch een geruststelling.